donderdag 1 november 2018

Afscheid Groep 8 - Mirthe's lievelingsboeken

Het is alweer even geleden dat wij uit naam van Mirthe afscheid namen van Groep 8. Hoe doe je zoiets? Een opdracht voor niet alleen ons, als familie, maar ook voor de leerlingen, leraren, ouders en andere betrokkenen. Hoe neem je een kind dat er niet meer is mee in de eindmusical? Mee in de overgangsgesprekken naar de middelbareschool? Mee in het afscheid nemen van Groep 8?

Al maanden van te voren werd mij gevraagd: "Kom je straks naar de eindmusical? "En kom je naar het uitzwaai-moment? "Welke rol zou ze gekregen hebben?" "Komen de ouders wel kijken juf?" Al die tijd heb ik gezegd: "Ik snap dat jullie het vragen, maar ik beslis op het moment zelf hoe ik me voel." Veel mensen spraken ook de behoefte uit om nog 'iets' te doen...

Wat een zegen is het gebleken dat er zoveel fijne mensen om ons heen staan. Zo opperde iemand het idee: "Mirthe hield ontzettend van lezen...laten we geld inzamelen en daarmee haar lievelingsboeken aan de schoolbieb schenken." Geniaal, want ze kon zelf aardig mopperen. "Ze hebben helemaal geen leuke boeken mam!" Toen ik zelf eens even ging kijken bleek het reuze mee te vallen en heb ik haar gezegd dat Thea Beckman toch écht de moeite waard is. Er werd ruim 200 euro opgehaald waarvan we vijftien boeken hebben kunnen aanschaffen. Elk boek voorzien van een klein voorwoord van mijn hand.

De eindmusical bleek ook op een ochtend te worden opgevoerd, dus daar maar alvast even aangeschoven. Helemaal achterin, uiterlijk gewapend met zakdoeken die niet nodig bleken te zijn. Innerlijk gewapend met bemoedigende woorden aan mezelf. "Je gaat alleen maar even kijken, je kunt altijd weer weg." In het decor hingen canvasdoeken met daarop afgedrukt een aantal tekeningen van Mirthe. Het pakte heel goed uit en de dag erna ben ik 's avonds weer gegaan. 

Ik vond het fijn om te voelen dat ik blij werd van andermans kinderen. Ik zag hoe ze allemaal gegroeid zijn door de jaren heen. Hoe ze veranderd zijn en uit hun schulp komen. Ik voelde de trots mee met hun ouders. En ja, ik voelde ook pijn en een inmens verdriet, maar dat was gelukkig niet het enige. De borrel na afloop deed me voelen hoe ik kan genieten van zomeravonden, van mensen ontmoeten, van uitgaan.

Het deed me beseffen dat mijn weg van de rouw aan de ene kant heel eenzaam is, maar aan de andere kant ook uitnodigt om verbindingen met anderen aan te gaan. Ik heb een keuze. Om me open te stellen voor een ander. Om verhalen te delen. Juist door naar de eindmusical te gaan, juist door de pijn mee te nemen, ontstond daar ruimte voor.

Het uitzwaai-moment de dag erna...dat heb ik dan weer wel overgeslagen...dat was te veel de toekomst in, een toekomst die wij nooit zullen hebben...

woensdag 26 september 2018

Even dood door Fokke Obbema

Afbeeldingsresultaat voor WaaromVia een lotgenoot kwam ik terecht bij het prachtige stuk geschreven door Volkskrant journalist Fokke Obbema: 'Even dood: leven na een hartstilstand'. Heel helder en met humor beschrijft hij zijn hartstilstand, de medische kanten ervan en vooral de ongrijpbare kanten van de menselijke geest. De lagen van identiteit en zingeving die door zijn gebeurtenis worden aangeraakt en de zoektocht die daarop volgt. Leven met de waarom-vraag? Leven met het idee van toeval. Pech? Nee, er moet een oorzaak-gevolg zijn! "Komt u over dertig jaar nog maar eens terug!" Zo herkenbaar.

Leven met pech...leven met het niet kennen van de oorzaak, omdat de medici inderdaad fantastisch werk doen, heel erg aardig zijn, maar vaak ook "maar wat doen", "we vermoeden wel iets, maar weten nog lang niet hoe het werkt", hoe daar toch woorden aan te geven en een weg in te vinden? Na mijn hartstilstand, borstkanker I, de dood van mijn dochter door Acute Leukemie, borstkanker II...pech? Genetische oorzaken...onbekend..."kom over dertig jaar nog maar eens terug"...

Ik heb behoefte om antwoorden te vinden op de waarom vraag en tegelijkertijd heb ik er totaal de energie niet voor om me ermee bezig te houden. Gelukkig kan ik lachen om een oud-collega die zei: "Nu weet ik het zeker: jij was in je vorige leven een afschuwelijke dictator! Dat kan niet anders!"

En dus hobbelen we maar voort...hoef ik het van mezelf niet allemaal te weten, niet allemaal te voelen, hou ik het leven heel erg klein: de zon, mijn familie, vrienden, lekker brood en een mooi boek. En tussendoor de tranen, het koesteren, voorzichtige blikken richting een toekomst, mijn dochter naar de middelbareschool zien gaan, hoop dat ik ooit mijn kleinkind kan vasthouden. Misschien allemaal een ego-kwestie zoals Jan Geurtz zei, ik wil het graag geloven. Voel ook dat daar wat in zit, dat het ergens wel klopt. Maar ik ga eerst nog rouwen, koesteren, vasthouden...ik ben nog niet klaar om los te laten...

vrijdag 21 september 2018

Een jaar later

Een jaar later...de dag begon verwachtingsvol...ik bespeurde iets van een tinteling alsof de Sint een zak kwam brengen, de kinderen ontbijt op bed maakten en er allemaal verrassingen voor de deur stonden. Tegelijkertijd was er verbazing...verbijstering wellicht over het feit dat het jaar is omgevlogen. Tijd...oh tijd...wat is dat toch iets raars...verschillende lagen, tempo's en samenstellingen, waartussen ik steeds wissel...tijd...

Samen met die tinteling voel ik ook een verlangen, nee VERLANGEN! Met hoofdletters zo groot dat ze niet meer op het scherm passen! VERLANGEN om M. weer te zien, haar in mijn armen te houden, te kletsen, te praten, te lachen...maar ze gaat niet mee..of toch wel? "Je blijft toch niet thuis? Spring bij mij achterop! Nee, ik fiets niet zo hard als Papa en met E. kan je lekker racen!"

Ik rook het al zodra we het bos inkwamen...dennengeur...de geur van mijn Opa en Oma, de geur die zegt dat alles goed is en alles goed komt. De geur van eindeloze tijden, dagen die niet op raakten, van lommerrijke lanen en eeuwig leven. En ook al weet ik met mijn hoofd dat het leven wreed kan zijn, met mijn hart geloof ik toch nog in die goedheid. Naast elkaar, goed en kwaad, zwart en wit, de eindeloze tijd en het nu. 

En al fietsend kwamen we langs een kring met bomen...tijd voor pauze...en wat trof mij daar? Een boom, een EIKENboom, groot en sterk en stoer, maar wel met één afgebroken tak, waarop wij konden zitten en fier en sterk en stralend en bladerend stond die boom daar. Die boom dat zijn wij. Dat zijn de mensen die een kind verliezen. 

Dat we daar zaten deed me beseffen: zo gewond kan je zijn, maar je kunt blijven staan. Blijven genieten van de wind, de zon, de geuren, fijne mensen. Naast elkaar. Dankbaarheid voelen. Pijn voelen. Gemis voelen. Paniek voelen. Warmte voelen. Verbondenheid voelen. Grond voelen. Liefde voelen. 

Net als het verhaal dat we lazen op de uitvaart:

Het verhaal van de drie bomen   

 

Er waren eens drie bomen, die alledrie in een hevig storm een tak waren kwijtgeraakt.
De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan.
Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken.
Gisteren heb ik ze toevallig teruggevonden en met hen gesproken.


De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: ‘nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.’
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen.
De zon drong niet meer tot hem door. De wonde was duidelijk zichtbaar en hij zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom. Hij was niet meer verder gegroeid.

 
De tweede boom was zo geschrokken van de pijn
dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten.
Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren.
De plek van de wonde was moeilijk terug te vinden.
Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

 
De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte van zijn lijf,
en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd: ‘dit jaar nog niet’. Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met de uitnodiging, had hij gezegd:
‘ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig, opdat ze weet dat ze erbij hoort.’
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom: ‘ja zon, laat mij groeien.
Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.’ 


De derde boom was ook moeilijk te vinden,
want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden.
Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde,
die vol trots in het zonlicht werd gehouden.

 
M. Keirse